Menu

Opleidingsschool Nijmegen mbo

De opleidingsschool ONmbo is een samenwerking tussen HAN en ROC Nijmegen. Samen zorgen zij voor een goede aansluiting tussen de lerarenopleiding en de onderwijspraktijk in het MBO. 

Spelen met de stof en het bedenken van nieuwe werkvormen. Een band opbouwen met studenten en oprecht in hen geïnteresseerd zijn. De lessen afstemmen op de beroepspraktijk waarvoor de mbo-student wordt opgeleid. Het zijn stuk voor stuk kwaliteiten die onmisbaar zijn bij een mbo-docent.

Lesgeven op een mbo is dan ook een vak apart. Het vraagt om een activerende beroepsgerichte didactiek, die studenten klaarstoomt voor de beroepspraktijk. Binnen de Opleidingsschool Nijmegen mbo (ONmbo) bereiden ROC Nijmegen en de HAN jou samen voor op dit dynamische vak.

ONmbo richt zich daarbij niet alleen op leraren in opleiding, maar begeleidt ook startende en zittende docenten op het ROC. Je bent immers als docent niet uitgeleerd zodra je een diploma op zak hebt. Of het nu gaat om de kwaliteit van het onderwijs, of om beroepsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen: als leraar in het mbo blijf je een leven lang leren!  

Onze visie

Centraal thema binnen ONmbo is beroepsgerichte activerende didactiek. Onder deze kapstok verzorgen wij beroepsgericht onderwijs voor mbo-studenten. De leerstof krijgt betekenis en is activerend, zodat de mbo-studenten zich de stof actief eigen maken. Mbo-docenten staan dagelijks voor de taak om hun vak betekenis te geven, in de context van het beroep waarvoor ze mbo-studenten opleiden. Hier willen we aankomende docenten binnen ONmbo in opleiden. De expertises van collega’s van de HAN en ROC vullen elkaar hierin aan.

Vanuit ons centrale thema beroepsgerichte activerende didactiek, werken we aan de koppeling van theorie en praktijk en stimuleren we kritisch onderzoekend leren van de docenten in opleiding. Dat sluit aan bij de manier waarop de mbo-docent in het kwalificatiedossier wordt beschreven: als een professional die kritisch, zelfreflecterend en onderzoekend is ‘op zijn eigen rol’.

Eveneens geïnspireerd op het kwalificatiedossier voor de mbo-docent, laten we binnen ONmbo docenten in opleiding kennismaken en ervaring opdoen met de verschillende rollen van de mbo-docent. Denk hierbij aan de rol als ontwerper en uitvoerder van onderwijs, examinator, SLB en BPV-docent.

In onze begeleiding zetten we “de docent in opleiding in the lead” om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen leerproces. Een mbo-docent, zoals beschreven in het kwalificatiedossier, blijft zich een leven lang ontwikkelen en neemt hierin the lead.

ONmbo leidt toekomstige docenten op. De ontwikkeling van docenten houdt echter niet op na de afronding van een lerarenopleiding. Daarom hebben we ook oog voor het aansluitende traject, de inductiefase en stimuleren we de professionalisering van zittende docenten.

Anderen over de Opleidingsschool

“Op het moment dat ik voor de klas sta, ga ik helemaal op in de stof en voornamelijk het contact met de studenten vind ik prachtig. Dankzij deze stage weet ik nu ook dat ik zeker dat ik met tieners/jongvolwassenen wil blijven werken.”
Naura over MBO studenten
“Het klassenmanagement is anders dan op het voortgezet onderwijs. In plaats van puberale ongemotiveerde leerlingen, heb je nu leerlingen die meer gemotiveerd zijn en serieus aan het werk gaan (meestal), omdat ze beroepsgericht bezig zijn. Hierdoor hebben ze het gevoel dat wat ze doen nuttig is. Dreigen met strafwerk heb ik deze hele stage nog niet gedaan. Leerlingen zijn gemakkelijk te corrigeren door ze aan te spreken op hun beroepshouding. Als je studenten volwassen behandelt, zullen ze zich ook zo gedragen.”
Edo over verschil tussen VO en MBO
“Mijn werkplekbegeleider was de rekendocent van het team Secretarieel. Wat de begeleiding zo goed maakte, was dat ik niet direct volledig los werd gelaten, maar dat er juist sprake was van geleidelijke zelfstandigheid. De eerste weken stuurde ik mijn lesplannen en presentaties nog op, en werden er een paar lesbezoeken ingepland. Dit werd steeds minder en toen mijn begeleider het gevoel had dat ik het aan kon, draaide ik zelfstandig mijn lessen. Hierbij kreeg ik geleidelijk aan meer verantwoordelijkheid, waarbij ik bij mijn WPB'er terecht kon voor vragen.”
Dirk over stagebegeleiding
“Ik heb deze bijeenkomsten als prettig ervaren, omdat je plezier hebt terwijl je van elkaar leert. Daarbij wisselden we ook lesideeën met elkaar uit, die ik in mijn eigen lessen kon inzetten. Ook werd er aandacht besteed aan de theorie: deze herhaalden we samen en na elke bijeenkomst kregen we een lijst met theorie doorgestuurd die van toepassing was op het thema van die middag. Deze theorie kon ik vervolgens goed gebruiken voor het maken van schoolopdrachten, zoals de scriptie en het digitaal portfolio.”
Pien over themabijeenkomsten
“MBO Studenten hebben gevoel voor humor, zoeken de grens op, kunnen goudeerlijk zijn en zijn erg geïnteresseerd in de persoon achter de docent. Deze eigenschappen maken de doelgroep voor mij erg leuk.”
Dirk over MBO studenten
“Toen ik mijzelf voorstelde en dus ook mijn leeftijd noemde, was een van de leerlingen zo vrij om meteen iedereen aan te wijzen die ouder was dan ik. Het mooie aan het lesgeven aan studenten van je eigen leeftijd, vind ik, is dat je soms kunt meepraten over dingen die de oudere generatie niet mee krijgt. Je kunt in je lessen creatief gebruik maken van onderwerpen die nu 'in' zijn. ”
Edo over MBO studenten
“Naast het lesgeven was ik ook LOB'er van een klas. Dat vond ik erg leuk, omdat je de studenten dan persoonlijk beter leert kennen. Daarnaast ontwikkel je jezelf ook omdat je een andere rol aanneemt, waarbij de individuele student centraal staat.
Pien over de verschillende rollen
“Op aanraden van de teams Juridisch en Secretarieel heb ik mijn onderzoek gedaan naar een pilot die zij waren gestart voor keuzewerktijd. Ik werd begeleid door de onderzoekskring 'Passend Onderwijs', waarbij ik extra begeleiding heb gekregen van een medewerker van ROC Nijmegen. Ik heb verschillende docenten en studenten geïnterviewd en een enquête ontworpen die is afgenomen bij zo'n 100 studenten. Uiteindelijk is de lijst met mijn aanbevelingen ook serieus in overweging genomen bij het evalueren van de pilot. Hierdoor heb ik het gevoel dat ik een nuttig onderzoek heb uitgevoerd, waar zowel ik als het ROC Nijmegen wat aan hebben.”
Dirk over ONderzoek
“Wat ik leuk vind aan het mbo is de indeling van de teams. Je hebt eigenlijk allemaal kleine 'scholen' binnen het ROC. Elk team is een eigen 'school'. Hierdoor kun je veel beter contact leggen met collega's. Op het vo kan het zo zijn dat je met 40 collega's in de teamkamer zit. Dan heb je vooral contact met je eigen vakgroep. Bij het mbo heb je contact met alle collega's binnen je team, en niet alleen met je eigen vakgroep maar ook met andere docenten.”
Anouk over verschil MBO en VO
“Iedereen van de docentenopleiding zou eigenlijk stage moeten lopen bij het mbo, want veel van wat studenten erover weten berust op vooroordelen. Ik denk dat het goed is om je horizon te verbreden. Bij het mbo is er veel ruimte om jezelf te ontwikkelen op andere gebieden dan alleen lesgeven.”
Dirk over de verschillende rollen