Menu

Opleidingsschool Nijmegen mbo

Spelen met de stof en het bedenken van nieuwe werkvormen. Een band opbouwen met studenten en oprecht in hen geïnteresseerd zijn. De lessen afstemmen op de beroepspraktijk waarvoor de mbo-student wordt opgeleid. Het zijn stuk voor stuk kwaliteiten die onmisbaar zijn bij een mbo-docent.

Lesgeven op een mbo is dan ook een vak apart. Het vraagt om een activerende beroepsgerichte didactiek, die studenten klaarstoomt voor de beroepspraktijk. Binnen de Opleidingsschool Nijmegen mbo (ONmbo) bereiden ROC Nijmegen en de HAN jou samen voor op dit dynamische vak.

ONmbo richt zich daarbij niet alleen op leraren in opleiding, maar begeleidt ook startende en zittende docenten op het ROC. Je bent immers als docent niet uitgeleerd zodra je een diploma op zak hebt. Of het nu gaat om de kwaliteit van het onderwijs, of om beroepsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen: als leraar in het mbo blijf je een leven lang leren!  

Anderen over de Opleidingsschool

“Wat ik leuk vind aan het mbo is de indeling van de teams. Je hebt eigenlijk allemaal kleine ‘scholen’ binnen het ROC. Elk team is een eigen ‘school’. Hierdoor kun je veel beter contact leggen met collega’s. Op het vo kan het zo zijn dat je met 40 collega’s in de teamkamer zit. Dan heb je vooral contact met je eigen vakgroep. Bij het mbo heb je contact met alle collega’s binnen je team, en niet alleen met je eigen vakgroep maar ook met andere docenten.”
Anouk over verschil MBO en VO
“MBO Studenten hebben gevoel voor humor, zoeken de grens op, kunnen goudeerlijk zijn en zijn erg geïnteresseerd in de persoon achter de docent. Deze eigenschappen maken de doelgroep voor mij erg leuk.
Dirk over MBO studenten
“Het klassenmanagement is anders dan op het voortgezet onderwijs. In plaats van puberale ongemotiveerde leerlingen, heb je nu leerlingen die meer gemotiveerd zijn en serieus aan het werk gaan (meestal), omdat ze beroepsgericht bezig zijn. Hierdoor hebben ze het gevoel dat wat ze doen nuttig is. Dreigen met strafwerk heb ik deze hele stage nog niet gedaan. Leerlingen zijn gemakkelijk te corrigeren door ze aan te spreken op hun beroepshouding. Als je studenten volwassen behandelt, zullen ze zich ook zo gedragen.”
Edo over verschil tussen VO en MBO
““Mijn werkplekbegeleider was de rekendocent van het team Secretarieel. Wat de begeleiding zo goed maakte, was dat ik niet direct volledig los werd gelaten, maar dat er juist sprake was van geleidelijke zelfstandigheid. De eerste weken stuurde ik mijn lesplannen en presentaties nog op, en werden er een paar lesbezoeken ingepland. Dit werd steeds minder en toen mijn begeleider het gevoel had dat ik het aan kon, draaide ik zelfstandig mijn lessen. Hierbij kreeg ik geleidelijk aan meer verantwoordelijkheid, waarbij ik bij mijn WPB’er terecht kon voor vragen.” ”
Dirk over stagebegeleiding
“Binnen het mbo zijn de mogelijkheden voor een economie docent veel groter. Zo geef ik op dit moment veel vakken waar ik eigenlijk niet voor gestudeerd heb, maar die wel een economie-gerelateerd thema hebben. In het begin is dit veel werk om de stof eigen te maken, maar uiteindelijk heb ik zelf ook veel meer kennis gekregen door een ander vak te geven!”
Annouk over verschil tussen VO en MBO