Menu

Begeleiding

Welkom bij ONmbo, de Opleidingsschool Nijmegen mbo. Fijn dat je samen met het ONmbo team aankomende docenten optimaal tot een professionele mbo-docent opleidt. Het ONmbo team staat je met raad en daad bij. 

Visie op didactiek

Om onze visie te realiseren in de praktijk werken we met leerlijnen rond de thema’s beroepsgerichte activerende didactiek, de rollen van de mbo-docent, de kritisch onderzoekende houding, de koppeling theorie en praktijk en de student in the lead.

Hierbij kiezen we voor een stapsgewijze opbouw gerelateerd aan de fase van opleiding en de leerbehoeftes van de individuele student. Dit wordt in deze tabel weergegeven.

Visie op onderzoek

Onderzoek bij ONmbo doen we samen; op deze manier komt onderzoek in alle soorten werkplekleren gefaseerd aan bod. Alle docenten in opleiding die hun WPL3 uitvoeren bij ons, nemen deel aan de onderzoekskring van ONmbo. Deze kring is een leergemeenschap waar men in subgroepen werkt aan de ROC-brede thema’s en kennis deelt en uitwisselt. Ook is een belangrijke rol weggelegd voor bewezen effectieve peer-feedback (Nicol, 2011).
Meerwaarde aanpak: leergemeenschap, actief leren en inzetten beoordelingsmodellen, versterken reflectieve vaardigheden, samen leren met en van elkaar, brede context door uitwisseling en delen van kennis en ervaringen, overzichtelijk en praktisch, continuïteit in begeleiding.

De beoordeling van het praktijkonderzoek vindt in nauwe samenwerking met HAN ILS plaats.

 

Visie op begeleiding

Tijdens het werkplekleren staat het leren van ervaringen centraal. Werkplekbegeleiders (WPB), schoolopleiders (SO), instituutsopleider (IO) en onderzoeksbegeleiders (OB) van ONmbo begeleiden het leerproces van competentie-ontwikkeling van de docent in opleiding, door regelmatig gevraagd en ongevraagd feedback te geven en door het stimuleren van reflectie op zijn handelen, zijn ervaringen. De docent in opleiding reflecteert in reflectieverslagen, in begeleidingsgesprekken met de WPB of collega(’s), SO, IO, OB of tijdens georganiseerde (intervisie-) bijeenkomsten in groepjes.

In onze begeleiding staan de volgende twee punten centraal:

  1. Het stimuleren van ‘de docent in opleiding in the lead’. Passend bij de ontwikkelingsfase van de docent in opleiding, stimuleren we hem om zelf de regie over zijn leerproces te nemen (tabel 1).
  2. Kritisch onderzoekend leren stimuleren door de koppeling tussen theorie en praktijk te maken.

We begeleiden de docent in opleiding stapsgewijs naar het beoogde niveau van de opleiding, passend bij zijn eigen leerwensen.  

Het leerwerkplan, waarin de docent in opleiding in overleg met lerarenopleiders en de WPB zijn leerdoelen verwoordt, is een instrument in de begeleiding van de student. Het is de leidraad voor het vormgeven van activiteiten in werkplekleren waarin hij de leerdoelen en ontwikkeling zichtbaar maakt. Afhankelijk van het niveau van de opleiding, begeleidt de WPB deze keuze meer of minder sturend.

Een WPB voert wekelijks een reflectiegesprek met de docent in opleiding. In dit gesprek stimuleert hij de docent in opleiding tot het maken van de koppeling tussen theorie en praktijk. Hij kan tijdens dit gesprek gebruik maken van de koppelkaart om de koppeling te stimuleren. Daarnaast stimuleert de WPB de docent in opleiding om zelf the lead te pakken in zijn leerproces door middel van het stellen van vragen en bijvoorbeeld samen te verkennen op welke wijze hij zijn leerdoelen kan realiseren.  Ook geeft de WPB hem feedback op uitgevoerde onderwijsactiviteiten, leerwerktaken, reflectieverslagen, kortom: op zijn handelen, om daarvan te leren. Hierbij wordt in het bijzonder steeds weer feedback gegeven op de koppeling theorie en praktijk en het pakken van ‘the lead’ in zijn eigen leerproces.

De begeleiding van de docent in opleiding ligt vooral bij de WPB en het team. De IO’s en SO’s staan in de begeleiding meer op afstand, zij zorgen ervoor dat de WPB’s in staat zijn het grootste deel van de begeleiding van de student voor hun rekening te nemen. De SO en OC bewaken de leerlijn van respectievelijk het curriculum en het onderzoek. Het ONmbo team voert de bijeenkomsten voor docenten in opleiding uit voor elke stagesoort. Voor WPL3 verzorgen de OC’s/OB’s ook nog aparte onderzoeksbijeenkomsten vanuit de context van ROC Nijmegen. Deze begeleiding is gericht op het afstudeeronderzoek, waarbij de OB’s/OC’s ook een beoordelende rol hebben. 

Visie op beoordeling

Toetsing en beoordeling is een belangrijk onderdeel in het opleiden van aankomende docenten.  Zodoende hebben wij onszelf de volgende doelen gesteld met betrekking tot toetsing en de kwaliteit daarvan:

  • Er is bij alle collega’s helderheid in taken en verantwoordelijkheden rondom de beoordeling.
  • Er is bekendheid bij studenten over deze taken en verantwoordelijkheden.
  • We werken ontwikkelingsgericht en beoordelen waarderend.
  • We beoordelen betrouwbaar en valide.

De uitvoering

De eindbeoordeling van het werkplekleren heeft tot doel te beoordelen of de docent in opleiding op basis van de SBL-competenties/bekwaamheidseisen een ontwikkeling heeft doorgemaakt én of hij voldoet aan het desbetreffende niveau. Dit niveau is beschreven in het integraal beroepsbeeld en in de rubrics als onderdeel van het beoordelingsformulier werkplekleren. Deze beschrijving bevat alle eindkwalificaties waar de student aan moet voldoen op het desbetreffende niveau. Dit geldt ook voor het eindniveau van het PDG-traject.

De beoordeling van het werkplekleren vindt plaats conform de afspraken met de HAN. Op de site van bureau-extern worden de procedures beschreven. Voor iedere werkplekleren is een stagekaart opgesteld, hierop staat de procedure per werkplekleren en de taken en verantwoordelijkheden van de docent in opleiding, de WPB, de SO en de IO. 

Qua formele beoordelingsmomenten vindt halverwege het werkplekleren de tussenevaluatie plaats (formatieve toetsing) en aan het einde de eindevaluatie (summatieve toetsing). Bij de tussenevaluatie kan de docent in opleiding de beoordeling onvoldoende, twijfel of voldoende krijgen. Bij de eindevaluatie krijgt hij een cijfer. Ter voorbereiding schrijft een docent in opleiding een zelfevaluatie, waarin hij terugkijkt op zijn zelf gekozen en met de WPB afgestemde leerdoelen (op het beoogd niveau). De WPB schrijft een woordrapport hierover aan de hand van de rubrics. Het beoordelingsgesprek van de docent in opleiding wordt gevoerd met de WPB en een SO of de IO. Tijdens het gesprek ontvangt de docent in opleiding een beoordeling en na afloop schrijft hij een verslag en laat dat ondertekenen door de aanwezigen bij het gesprek. De IO is verantwoordelijk voor de eindbeoordeling. 

Binnen ONmbo wordt gewerkt en geleerd in teams. Voor het beoordelen betekent dit dat meerdere teamleden vanuit hun eigen perspectief een bijdrage leveren aan het geven van ontwikkelingsgerichte en waarderende feedback. Deze feedback wordt door de WPB meegenomen in het geschreven woordrapport voor de tussen- en eindevaluatie. In de beoordeling wordt nadrukkelijk gestuurd op het bewust bekwaam worden en het kritisch en onderzoekend kijken naar het eigen handelen door de koppeling tussen theorie en praktijk. Deze wordt zichtbaar in het expliciet benoemen van de literatuur in de zelfevaluatie van de docent in opleiding.

Omdat bij ONmbo de docent in opleiding steeds meer in the lead voor zijn eigen ontwikkeling is, is het belangrijk dat de WPB het te behalen eindniveau van het desbetreffende werkplekleren scherp heeft en daar van tevoren in zijn begeleiding op kan sturen. Ook bij de docent in opleiding moet dit te behalen niveau duidelijk zijn. 

Bij de eindbeoordeling wordt door de WPB en SO en/of IO vastgesteld of er al dan niet aan het vereiste niveau voldaan wordt. De IO is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de beoordeling. Een gecertificeerde OB beoordeelt het afstudeeronderzoek (WPL3) in samenspraak met een beoordelaar van de lerarenopleiding. 

Procedure van beoordelen

De beoordeling van het werkplekleren vindt conform de afspraken met de HAN plaats. Op  Bureau Extern  worden de procedures beschreven. Voor DT- en VT-studenten van WPL 1, WPL 2 (a+b) en WPL3, de minor en KOP-opleiding is de procedure als volgt:

Halverwege het traject vindt een tussenbeoordeling plaats, aan het eind een eindbeoordeling.

De instructie hieronder geldt voor beide beoordelingsmomenten.

  • Cijfer tussenbeoordeling: onvoldoende - twijfel - voldoende
  • Cijfer eindbeoordeling: een heel cijfer
  • De student is verantwoordelijk voor de organisatie van een beoordelingsgesprek.
  • Bij de beoordeling zijn aanwezig: student, WPB en IO of SO.
  • De student schrijft een zelfevaluatie (beoordelingsformulier student).
  • De WPB schrijft een woordrapport, ondersteund door gemarkeerde rubrics (beoordelingsformulier WPB).
  • Beide documenten worden een week voor het beoordelingsgesprek aangeleverd bij betrokkenen.
  • In het gesprek staan beide beoordelingsdocumenten centraal.
  • Tijdens het gesprek wordt het oordeel/cijfer bepaald (zie cesuur).
  • De student schrijft een verslag van het beoordelingsgesprek.
  • De student laat de beoordelingsdocumenten en het verslag ondertekenen door de bij het gesprek betrokkenen en de IO.

Voor nadere uitsplitsing per soort werkplekleren consulteer de website van Bureau Extern.

Instroomeisen en EVC

Ons curriculum is gezamenlijk ontworpen door collega’s van HAN ILS, HAN ALO en ROC Nijmegen. Uitgangspunt hiervoor zijn de bekwaamheidseisen voor leraren. Deze zijn door de lerarenopleidingen vertaald in beoogde leerresultaten per stage en worden beschreven en weergegeven in de rubrics van het integraal beroepsbeeld van het beoordelingsformulier.

Aansluiten bij de beginsituatie van de lerende docenten vinden we binnen ONmbo belangrijk. Daarom hebben we op onze website voor WPB’s kort en bondig geschetst wat in grote lijnen het instroomniveau is van de stagiair die zij verwachten. Dit geeft WPB’s inzicht in de voorkennis van de student en zicht op de eisen die zij aan studenten mogen stellen, passend bij het niveau van werkplekleren en de ontwikkeling van de individuele student.

Vrijstellingen voor het werkplekleren en/of daaraan gerelateerde onderwijseenheden worden verleend door de examencommissie van HAN ILS. In de opleidingsschool wordt op basis van het besluit van de examencommissie zo nodig voor de docent in opleiding een passend curriculum en begeleiding aangeboden.